Terug naar de menselijke maat – is die nog te vinden?

Image
Theo Dijt

In het politieke debat en de publieke opinie is het begrip ‘menselijke maat’ een hot-item. Mensen raken in de knel binnen grootschalige en complexe organisaties en systemen. Dat geldt zowel voor de klant als de medewerker die erin werkt. De grootschaligheid en complexiteit zorgt voor ondoorzichtigheid, onbegrijpelijkheid en onvoorspelbaarheid. Ingewikkelde regelgeving, de versnipperde (digitale) informatievoorziening daarover, de geautomatiseerde beslissingen en het groot aantal actoren/contactpersonen leidt tot onpersoonlijkheid en formalisering. Effecten zijn ongewenste uitkomsten, vervreemding en afnemend vertrouwen in instanties.

Daarom wordt de roep om terugkeer naar ‘de menselijke maat’ steeds luider. De ‘menselijke maat’ is dan synoniem aan kleinschaligheid, menselijk contact en beheersbaarheid. En ook aandacht voor persoonlijke beleving en de situatie waarin mensen zich bevinden, plus natuurlijk producten en diensten die iemand helpen. De ‘leefwereld’ van de mens staat centraal. Maar wat is dat dan, (het ontbreken van) die ‘menselijke maat’: een kort verslag van mijn persoonlijke ervaring en een poging het concreter te krijgen.

 

Mijn zwerftocht in de systeem-wereld van de pensioenen.

Net voor de zomer ben ik 65 jaar geworden – nu ben ik nog niet van plan om op korte termijn te stoppen met werken en mijn AOW gaat over ongeveer 2 jaar in – en inmiddels komen de eerste keuze-brieven van pensioenfondsen en andere partijen binnen. Daarom ben ik mij de afgelopen maanden toch eens wat verder gaan oriënteren op de grotere keuzes die ik binnen nu en een paar jaar kan of moet maken voor mijn financiële toekomst op de langere termijn.

Als ondernemer, met een relatief korte periode als werknemer daarvoor, bestaat mijn potentiële pensioen uit verschillende ‘potjes’ bij diverse pensioenfondsen, verzekeraars en banken met verschillende en steeds veranderde (fiscale) regelingen. Zo sleep je onbedoeld op zich al een complexe geschiedenis van eerder gemaakte keuzes met je mee. Op papier geven al die potjes je wel veel vrijheid om je pensioen naar wens in te vullen, maar in de praktijk loop ik al snel tegen de systeemgrenzen aan. Bovendien blijken alle goedwillende spelers in het systeem hun eigen beperkte rolinvulling te kiezen. Pensioenfonds, lijfrente-aanbieder, pensioenadviseur, fiscalist, accountant, belastingambtenaar: ieder heeft een stukje van de puzzel en verwijst graag naar de anderen voor het volledige plaatje. En dan ben ik als bedrijfseconoom helemaal niet wereldvreemd op dit gebied, maar óók ik verdwaal in het grote bos der mogelijkheden en beperkingen. En iedere contactpersoon wijst me erop dat er veel mogelijk is, maar dat alles wel precies volgens de regels moet gebeuren. Want de fiscus kan je ‘draconische boetes’ opleggen als het niet volgens de regels gaat.

Al met al is mijn vertrouwen om in vrijheid een goede keuze te maken nu eerder af-, dan toegenomen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? En nu ben ik nog in de oriëntatiefase; laat staan als ik straks echt een besluit moet nemen. Dit gaat mijn ‘menselijke maat’ te boven en zal me zeker meer tijd en energie kosten dan verwacht. Maar hoe krijgen we hier de menselijke maat weer terug?

Voordat ik je meeneem naar mijn ideeën, wil ik eerst kort stilstaan bij wat er in de (wetenschappelijke) literatuur hierover geschreven wordt.

 

Kenmerken van de menselijke maat in de literatuur

Er zijn veel ‘definities’ van de menselijke maat te vinden; de eerste die ‘Google’ aanbiedt:

‘De menselijke maat is het de ander met diens vragen, gevoelens en behoeften serieus nemen.

Dat lijkt in onze samenleving steeds moeilijker te worden. De afstand tussen de mensen die aan de knoppen zitten en de mensen, die met de gevolgen van dat aan de knoppen zitten worden geconfronteerd wordt steeds groter.’

 

In ‘De menselijke maat: Remedie of Retoriek?’, een onderzoek van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur worden vier elementen aangeduid, die samen betekenis aan het begrip geven. Uitgangspunt hierbij is de verhouding van de mens ten opzichte van het systeem en de positie die hij daarin inneemt.

  1. Overzicht: Kleinschaligheid en overzicht vormen een bijna fysieke uiting van de menselijke maat, zodat mensen zich kunnen oriënteren en systemen kunnen overzien en doorzien;
  2. Herkenning: Mensen hebben behoefte aan persoonlijk contact met ‘gelijken’ en dat hun persoonlijke ervaring en situatie als uitgangspunt wordt genomen;
  3. Zeggenschap: Mensen willen de ruimte voelen om systemen en situaties te kunnen beïnvloeden en te kunnen beheersen;
  4. Eigen verantwoordelijkheid: Eigen verantwoordelijkheid voor het handelen nemen is mogelijk als er overzicht, herkenning en zeggenschap is.

 

Bovenstaande is mooi voor de analyse, maar wat doe je dan als je ‘terug wil naar de menselijke maat’. Het College voor de rechten van de Mens geeft in haar position paper ‘De menselijke maat vanuit perspectief van de rechten van de menseen voorzet. Mensenrechten geven concrete invulling aan het begrip ‘de menselijke maat’ en kunnen een toetssteen zijn om de menselijke maat terug te brengen in het werk van de uitvoeringsorganisaties. Een paar voorbeelden van de belangrijkste bevindingen zijn:

  • Bescherm de menselijke waardigheid, behandel mensen met respect.
  • Uitvoeringsinstanties werken op basis van duidelijke, voorzienbare regels.
  • Besluitvorming in individuele gevallen is beargumenteerd en transparant.
  • Houd rekening met verschillende uitgangsposities van mensen en tref specifieke maatregelen om mensen in kwetsbare situaties te beschermen.
  • Iedereen weet of en wanneer een beslissing is genomen die hen raakt, op basis van welke gegevens, en wat daarvan de gevolgen zijn.

 

Terug naar de praktijk van nu – en mijn pensioenvraagstuk

De bevindingen uit de literatuur zijn mooi en roepen in de hoofdlijn op om menswaardig te handelen, regels te vereenvoudigen, ruimte te bieden voor individueel maatwerk, handhaving van mensenrechten, transparante en toegankelijke informatievoorziening met duidelijke processen voor bezwaar en klachten.

In veel van onze complexe organisaties zal het echt nog wel even duren voordat al die punten zijn gerealiseerd. En het klinkt ook als ‘oplossingen in het systeem’, die veel tijd en geld zullen gaan kosten.

 

Als ik kijk naar mijn ‘pensioensysteem-ervaring’ dan ligt de kern voor mij in het menswaardig behandelen en individueel maatwerk. Ik heb nú behoefte aan een soort klankbord, iemand met kennis van zaken die luistert naar mijn vragen en mijn gehele situatie kan beschouwen.

En die, als mijn oplossing niet binnen de standaard past, mij helpt om maatwerk te realiseren.

Dan kan ik mijn eigen verantwoordelijkheid nemen en passende keuzes maken.

 

Ook in het sociaal domein blijkt onder meer uit de case-studie Momentum voor de menselijke maat dat wanneer een professional de situatie van een klant integraal bekijkt en ondersteuning ‘op maat’ biedt de menselijke maat wordt ervaren. Professionals kunnen dat doen als ze de ruimte krijgen of nemen om de regels te doorbreken en/of die slim te combineren. Dat kost tijd en geld, maar de (maatschappelijke) baten zijn nog veel groter. De klant wordt beter geholpen en doet daardoor per saldo een lager (toekomstig) beroep op (sociale) voorzieningen.

Om de menselijke maat op korte termijn te realiseren hebben we dus vooral ‘menselijke maatjes’ nodig. En laten we hun ervaringen ook benutten om de systemen vanuit de praktijk te vereenvoudigen.

 

Wat zijn jouw ervaringen en/of worstelingen met ‘de menselijke maat’?
Ik ben benieuwd en ben graag je (menselijk) maatje in die zoektocht!

Image module
There are 2 comments
  1. Hallo Theo,
    voor mij waren de pensioenkeuzes redelijk gemakkelijk: mijn partner is 13 jaar ouder dan ik, dus het partnerpensioen liet ik gaan, zodat we samen konden genieten van een hoger bedrag en hij niet hoefde te wachten op mijn dood 😊 Ook de keuze van looptijd en dergelijke kon ik gemakkelijk kiezen op basis van mijn omstandigheden.
    Vind het ergens grappig en aan de andere kant helemaal niet leuk dat er allemaal adviseurs rondlopen die verdienen aan de keuzes die mensen moeten maken om met de systemen om te gaan.
    In de jaren 70 begon ik mijn carrière in de automatisering. Toen nog vooral voor rekenwerk en het leek banen te gaan kosten. In de loop der jaren zijn er inderdaad banen verloren gegaan, maar andere werden noodzakelijk, want je moest met de systemen om kunnen gaan.
    In mijn loopbaan heb ik meerder keren meegemaakt dat ik (en ook anderen) waarschuwde dat sommige ontwerpen niet handig waren, of zelfs “fout”, maar er werd niet geluisterd. “We zitten op een rijdende trein en moeten dus doorgaan”. Zo ontstonden systemen die steeds weer aangepast moesten worden en daardoor ook steeds ingewikkelder werden. En als er besloten werd om helemaal opnieuw, en dus beter, te beginnen, maakten (nieuwe) managers vergelijkbare slechte keuzes, want zij werkten niet met de systemen, bedachten alleen maar mooie regels. De afstand werd steeds groter naarmate de systemen meer overnamen. En steeds minder mensen hadden inzicht in het geheel, waardoor onderdelen tegenstrijdig konden gaan werken.
    Mijn man is boer, ook al is het nu hobby in plaats van werk, en in dat beroep zag ik een vergelijkbare ontwikkeling. In het begin nog regelmatig een stuk graan ouderwets zichten, hokken en dorsen. Veel plezier met een groep mensen. Eerst een kleine combine en trekker, meerdere soorten gewassen en wisselteelt waardoor de grond gezond bleef. Nu worden alle machines steeds groter, een boer doet steeds meer alleen en wordt steeds afhankelijker van de machines. Vroeger had hij kennis van de grond en de gewassen, nu bepalen drones en sensoren wanneer het tijd is voor welke actie. Een handvol grond nemen en zo onderzoeken hoe het erbij staat? Ik weet niet hoeveel jonge boeren dat nog kunnen. En ook bij hen verdwijnt dus de menselijke maat door “meer, meer, meer”.
    Zoals “onze” economie wordt gestuurd: “meer, meer, meer”, maar het onderlinge contact wordt “minder, minder, minder”.
    In mijn ogen wordt veel kapot gemaakt door geld keuzes: “meer, meer, meer” uitgeven.
    Misschien door mijn leeftijd en omdat ik al voldoende heb gekocht, maar ik zie veel in “minder, minder, minder”. Genoegen nemen met wat er is, tijd hebben voor elkaar, gewoon bij een kop koffie of thee. Je hoeft niet ver weg om te genieten, als je thuis kunt zien dat het ín je zit.
    Via televisie en internet kun je genieten van allerlei moois. Als je het besef kunt hebben dat je niet alles zelf hoeft mee te maken en zo veel reiskilometers bespaart en dus veel CO2.
    Ook spullen hoef je niet zoveel als de commercie je wil laten geloven en je hoeft ook niet zo vaak te vernieuwen. Dat scheelt heel veel afval en ook vervuiling bij het maken en vervoeren. Alweer veel gedaan voor het klimaat.
    Meer mensenwerk op een boerderij, of ander soort handwerk, laten doen, geeft vast veel meer tevredenheid dan met messen en andere wapens rondlopen om de tijd door te komen.
    Ik ben dus duidelijk een voorstander van biologisch boeren en dan ook nog liefst met een gemengd bedrijf, zoals mijn man had. En dat kan natuurlijk ook als een paar bedrijven samen werken. De een het land, de ander de koeien, maar de kringloop verzorg je samen en ook samen zorg je voor gezondheid van bodem, dieren en mensen.
    Toen ik begon met werken, waren de systemen er voor de mensen. Nu moeten mensen de systemen volgen.
    Terug naar de goede dingen van vroeger, mét de goede dingen van nu, dat is mijn ideaal.
    En daar zoek ik menselijke maatjes, want veel mensen in mijn omgeving zoeken het in het “meer” en dat is niet altijd even gemakkelijk praten als je zelf zoekt naar “minder”.

  2. Theo Dijt

    Hallo Rita, dank voor je reactie en je overwegingen. Ik ben het met je eens dat het mede de economische (of menselijke?) behoefte aan ‘meer, meer,meer’ is, die heeft bijgedragen aan het complexer worden van systemen en regels. En de afstand tot ‘de menselijke maat’ daarmee heeft vergroot in allerlei branches en beroepen. Of we dan overal terug moeten naar ‘minder, minder, minder’ weet ik net als jij niet, hoewel op een aantal terreinen (inderdaad bijv. bij vliegvakanties en de bio-industrie) zeker wel. Soms lukt het de eenvoud op een vernieuwende (of ‘oude vertrouwde’) wijze tot stand te brengen. Zo ben ik zelf dit jaar lid geworden van een coöperatieve vegaboerderij, waar een aantal particulieren gezamenlijk een deel van hun voedsel lokaal (laten) produceren. Dat soort initiatieven laten zien dat kleinschaligheid niet ‘minder,minder’ hoeft op te leveren, maar juist ‘meer,meer’ brengen in termen van lokale binding, gemeenschapszin etc etc. En dat is ‘winst’ voor alle betrokkenen, denk ik.

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

div#stuning-header .dfd-stuning-header-bg-container {background-image: url(https://www.pentascope.nl/wp-content/uploads/2018/01/Pentascope-homepage-02-2-1.png);background-color: transparent;background-size: cover;background-position: top center;background-attachment: scroll;background-repeat: no-repeat;}#stuning-header div.page-title-inner {min-height: 300px;}